Thuis
Hebreeuws voor beginners: eerste woorden · Hebrew · Woorddictee · Les 1
- בית n.: huis; thuis
- מטבח n.: keuken
- שולחן n.: tafel; bureau
- כיסא n.: stoel
- מיטה n.: bed
- דלת n.: deur
- חלון n.: raam
- מקלחת n.: douche
- ספה n.: bank; sofa
- מנורה n.: lamp; menora