Eten en drinken
Duits voor beginners: eerste woorden · German · Woorddictee · Les 2
- Brot n.: brood
- Wasser n.: water
- Milch n.: melk
- Kaffee n.: koffie
- Apfel n.: appel
- Käse n.: kaas
- Ei n., int.: ei
- Reis n.: rijst
- Fisch n.: vis
- Orange n., adj.: sinaasappel; oranje